Hardanger

   Mogelijkheden



Stukje geschiedenis en uitleg.

Hardanger borduren is een Noorse borduurkunst. De Hardanger techniek kwam tot ontwikkeling aan het einde van de 17e eeuw. Echt kant was toen onbetaalbaar voor de meeste mensen. De traditionele ontwerpen zijn altijd wit op wit of ecru op ecru. Tegenwoordig mogen alle kleuren gebruikt worden. Persoonlijk vind ik de ton-sur-ton het mooist (blauw op blauw, rood op rood enz. enz.)

Traditioneel wordt er bij Hardanger gebruik gemaakt van verschillende dikte draad, in dezelfde kleur als de stof. Patronen worden dan ook gebaseerd op verschillen in textuur en de open gedeeltes die gecreëerd worden door de steken. De clusterblokken bestaand uit platsteken, worden over het algemeen gemaakt met een wat zwaardere draad, terwijl oogjes en andere "trekkende" steken met een wat lichtere draad geborduurd worden. (zie afbeelding 1)

De basis van Hardanger wordt gevormd door clusterblokken. Dit zijn groepjes platsteken die gewoonlijk bestaan uit vijf platsteken over vier weefseldraden. Deze blokken worden naast elkaar of trapsgewijs uitgevoerd. Let er wel op dat de draad niet over open te werken delen loopt. Om grotere open vlakken worden de clusterblokken uitgebreid. Gewoonlijk worden de draden symmetrisch verwijderd in groepen van vier.

Als alle clusterblokken klaar zijn, kunnen de draden voor de opengewerkte delen uitgetrokken worden.Knip de draden halverwege, tussen de steken die ze verankeren, door en haal ze voorzichtig uit. Knip nu de draden zo dicht mogelijk bij het clusterblok weg.

Op het plaatje rechts wordt de donkere draad naar de bovenkant van de stof opgelicht terwijl de lichte draad naar de achterkant van een stof wordt getrokken (de blauwe steken zijn achter de stof getekend zodat de details beter zichtbaar zijn). De draden kunnen alleen verwijderd worden als zij aan weerszijde grenzen aan clusterblokken waarvan de platsteken parallel lopen aan de te verwijderen draden. Anders gaan de randen rafelen.

wegknippen van de draden en bundeltjes maken

Vulling met festonsteken.
Deze vulling wordt gelijk met de spijltjes gemaakt. Tijdens het omwikkelen of doorstoppen van het laatste spijltje in een vierkant, in het midden stoppen. Vervolgens in het midden van het spijltje dat hier loodrecht opstaat van boven naar onder insteken en de draad onder de naald houden bij het uitsteken. Dit herhalen tot bij het laatste (nog halve) spijltje. Hier wordt de naald onder de 1e lus van de festonsteken teruggeleid en wordt het spijltje verder afgemaakt. Als deze steek wordt uitgevoerd bij een rand van platsteken (bijvoorbeeld een clusterblok) dan kan hij onder de middelste platsteek verder gevoerd worden. Ook is het mogelijk deze vulling van hoek tot hoek toe te passen.

De bundels kunnen ook omwonden worden of er kan een gedraaide lussteek gemaakt worden nadat de bundels af zijn. De lussen lopen dan diagonaal over twee draden in de hoeken. Er dient weinig spanning op de draden van de lussen te staan. De proporties kunnen aangepast worden door meerdere omwikkelingen te maken nadat de lussen vastgezet zijn i.p.v. gewoon te kruisen. De omwikkelingen moeten consequent in dezelfde richting gemaakt worden.

Tot slot nog kunnen er zogenaamde Maderasterren worden gemaakt. Deze sterretjes worden over vier bij vier of acht bij acht weefseldraden uitgevoerd. Alle platsteken worden in het midden in 1 insteekplaats uitgevoerd, waardoor daar automatisch wat meer ruimte ontstaat. Dit gaatje kan door de steken gelijkmatig aan te trekken groter gemaakt worden - zie oefenkleedje hieronder.

voorbeelden van Hardanger borduren - kussens

klik op de foto om te vergroten